Ga direct naar:

Begrippenlijst

De Begrippenlijst geeft een korte verklaring van termen, begrippen en afkortingen met betrekking tot duurzame kwaliteit in de gebouwde omgeving (duurzaam bouwen) en verwijst voor specifieke informatie naar elders.

L

Lagenbenadering

Ladder van Lansink
Lagenbenadering
Lambda-waarde
Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)
LAP
LCA
LCC
Leefbaarheid
Leidingwater
Levenscyclusanalyse (LCA)
Levensloopbestendig bouwen
Life Cycle Costing (LCC)
LOGO
LTA
LTV
Luchtdoorlatendheid

In de ruimtelijke ordening wordt onderscheid gemaakt tussen drie lagen, de zogenaamde lagenbenadering. Ook de Nota Ruimte gebruikt deze indeling als uitgangspunt.

  1. De ondergrond: water, bodem en het zich daarin bevindende leven, ook wel de ruimtelijke drager genoemd. Dit is het laagdynamische niveau, omdat veranderingen zich langzaam voltrekken; verandertijd >100 jaar.
  2. De netwerken: alle vormen van zichtbare en onzichtbare infrastructuur, aangeduid als de ruimtelijke structuur. Deze vormen het middeldynamische niveau; verandertijd 20-80 jaar.
  3. De occupatie: ruimtelijke patronen tengevolge van menselijk gebruik, ofwel de ruimtelijke inrichting. Dit is het hoogdynamische niveau; verandertijd 10-40 jaar.

Behalve de drie dimensies van ruimte: lengte, breedte en hoogte is de vierde dimensie: de tijd  een belangrijk element in de lagenbenadering. Alle lagen veranderen in de tijd, maar niet alle drie even snel. Kenmerkend voor de lagenbenadering is dat er eerst naar de mogelijkheden en beperkingen van de onderliggende lagen wordt gekeken. Dit heeft invloed op wat er in de hogere laag (de occupatielaag) kan worden gedaan. Hoe lager de dynamiek, des te minder mogelijkheden er zijn om op dit niveau in te grijpen. De grootste potentie voor het verminderen van de milieudruk ligt op het hoogdynamische niveau..

Zie ook de Infobladen: